FAQ
Inhoud
Wat is een LED eigenlijk?Losse LED informatie.
Losse LED's monteren.
Power LED's.
LED strips.
LED spots.
Lumen calculator.
Verzendkosten.
Bestel statussen.
Betaal gegevens.
Losse LED’s monteren
Om LED’s te kunnen monteren, is er enige kennis van electronica nodig. Hier staat alle informatie die er nodig is om een LEDje op een willekeurige spanning te laten branden.
De volgende punten worden hier behandeld:
De begrippen
Het berekenen van een voorschakel weerstand voor een LED
Serie schakelen met LED’s
Parallel schakelen met LED’s
Methode kiezen
Losse LED’s in op de fiets of motorvoertuig
De begrippen
U = Spanning in Volt afgekort als V.I = Stroom in Ampère afgekort als A, hier word ook wel gesproken over mA dat betekend milliAmpère 1000mA is gelijk aan 1A.
R = Weerstand in Ohm afgekort als Ω anders als R.
P = Vermogen in Watt afgekort als W.
C = Capaciteit in Ampère/uur of miliAmpère/uur.
Het berekenen van een voorschakelweerstand voor een LED:
Een LED moet aaltijd een voorschakel weerstand hebben.Om een de juiste voorschakel weerstand uit te rekenen zijn er de volgende gegevens nodig:
-De spanning van de voeding.
-De spanning van de LED.
-De stroom van de LED.
Dit is dan de formule om de weerstand van de voorschakel weerstand te berekenen:
R = (Uvoeding – (Aantal LEDs * ULED)) / ILED
Met de eerste berekening “Aantal LEDs * ULED” wordt de totale spanning over de gehele serie LEDs berekend.
Met de 2de berekening “Vvoeding – ULED totaal” wordt de benodigde spanningsval over de weerstand berekend.
Met de 3de en laatste berekening “Uweerstand / ILED” wordt de weerstand berekend die nodig is om het geheel netjes te laten functioneren.
Gezien niet iedere waarde die uit de berekening komt bestaat, staat hier de E12 weerstanden reeks. Neem altijd 1 waarde hoger dan de waarde die uit de berekening komt (tenzei de berekening precies uit komt). Het zal voor de intensiteit van de LED niet veel uit maken.
|
|
||||||
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Pweerstand = (Uvoeding - (Aantal LEDs * ULED)) * ILED
De eerste 2 berekeningen zijn hetzelfde als die uitgevoerd bij het berekenen van de weerstand.
Met de 3de berekening “Uweerstand / ILED” wordt het vermogen berekend dat de weerstand moet dessiperen.
De volgende vermogens zijn leverbaar: 1/4W, 1/2W, 1W, 3W, 4W, 5W, 10W (en nog hoger dan 10W).
Pak ook hier aaltijd een hoger vermogen dan uitgerekend, dus niet het dichtst bij liggende vermogen. Dit in verband met het warm worden van de weerstand. Een groter vermogen heeft meer koel oppervlak, dus dan wordt de weerstand minder heet.
Serie schakelen met LED's
Voorbeeld van een serie schakeling:
Er is 1 belangrijke regel die bij het serie schakelen hoort en die luid als volgt:
Als er LED’s (niet alleen voor LED’s maar geld voor alle electronica dat spanning nodig heeft) in serie worden geschakelt dan neemt de spanning die er nodig is toe en blijft de stroom hetzelfde. Een klein voorbeeldje:
Geggeven:
3 LED’s van 20mA en 2,1V MAXIMAAL in serie.
Gevraagt:
Hoeveel stroom en spanning heb ik minimaal nodig?
Oplossing:
De benodigde spanning: (UTotaal = ULED * Aantal LED’s in serie) 2,1 * 3 = 6,3V
De benodigde stroom: die blijft hetzelfde zoals hier boven staat, dus 20mA.
Nou is er bekent wat de maximale stroom is en totale spanning. Nu is het mogelijk met de reeds bekende formule voor voorschakel weerstand te berekenen. De weerstand moet gewoon in serie op de plus van de LED’s gezet worden (dus niet iedere LED zijn aparte weerstand te hebben).
Parallel schakelen met LED’s
Hier een voorbeeld van parallel schakelen:
Er is ook bij parallel schakelen 1 regel, en die luid:
Bij parallel schakelen neemt de benodigde stroom toe en blijft de spanning hetzelfde. Hier een voorbeeld:
Gegeven:
3 LED’s van ieder 2,1V en 20mA MAXIMAAL parallel.
Gevraagd:
Wat is de minimaal benodigde spanning en stroom nodig om mijn LED’s te laten branden?
Oplossing:
Benodigde spanning: Blijft hetzelfde voor 1 LED zoals we al hebben gelezen, dus 2,1V.
Benodigde stroom: (ITotaal = ILED * Aantal LED’s parallel) 20 * 3 = 60mA
Dit betekend dat er minimaal 2,1V en 60mA nodig is om de LED’s op hun maximale lichtsterkte te laten branden. Zoals eerder gezegd, een grotere weerstand is nooit slecht. Let wel op: de weerstand mag niet parallel gezet worden maar in serie op de plus van de LED’s.
Hier staat enkel een voorbeeld van parallel schakelen. Deze manier van schakelen wordt sterk afgeraden. Onder het kopje “Methode kiezen” staat hier meer informatie over.
Methode kiezen
Maar wat is nu de beste methode? Als de LED’s op een beperkte stroombron gezet worden (zoals een batterij), dan is het aan te raden aaltijd zoveel mogelijk gebruik maken van de spanning die beschikbaar is. Zijn er meer LEDs’ als 1 serie schakeling op de beperkte stroombron? Zet dan het maximaal aantal LED’s in serie en zet er de juiste weerstand voor. Voor het gemak noemen wij deze serie schakeling een “streng”. Zet vervolgens meerdere strengen parallel over elkaar om het gewenst aantal LED’s goed functionerend te krijgen op de beperkte stroombron. De brandt duur van de LED’s is eventueel nog te berekenen alsvolgt:Tijd in uur = Cvoeding / ILED’s
Let er hier bij natuurlijk op dat de capaciteit in miliAmpère is en de stroom door de LED ook in miliAmpère. Beide in Ampère mag ook.
Als een een ‘oneindige’ hoeveelheid stroom beschikbaar is (stroom uit het stopcontact) dan maakt het niet uit welke methode er gekozen wordt, maar het is aan te raden het altijd op de bovenstaande manier te doen.
Let op: Wanneer u alle LED’s parallel op 1 weerstand zet en er gaat 1 LED defect, dan blijven de andere LEDs functioneren met als gevolg dat deze meer (te veel) stroom gaan trekken. Dit zal als resultaat krijgen dat de LED’s die parallel geschakeld staan steeds sneller stuk gaan.
Indien er bij een serie schakeling 1 LED stuk gaat zullen alle LED’s in de betreffende serie schakeling uit gaan. Het nadeel is dan wel het zoeken naar het kapotte LEDje. *TIP: als dit gebeurt kijk dan recht in de LED vanaf de bovenkant, misschien ontdek je wel dat er een zwart puntje in zit bij de kapotte LED!
Losse LED’s op de fiets of motorvoertuig
Na de bovenstaande tekst door te hebben gelezen is alle kennis aanwezig om LED’s te monteren. Echter, wanneer de LED’s in een auto gemonteerd worden, is het belangrijk om rekening te houden met het volgende:De accu van een auto geeft nooit exact 12V, dit zal aaltijd meer zijn, omdat de dynamo de accu op laad. Dit gebeurt met ongeveer 13,8V, maar er zitten soms spanningspieken van 15V tussen! Dus het advies is dan om de weerstand te berekenen op 15V in plaats van 12V.
Een andere en betere oplossing is het maken van een spanningsstabilisator (aan te raden bij grote hoeveelheden LED’s). Dit doe je door middel van de volgende schakeling,
Onderdelen lijst,
- VR1 = 78xx
- C1 = 10 tot 100nF condensator
VR1 dient gekozen te worden aan de hand van de gewenste uitgangsspanning, de ingangspanning is aaltijd maximaal 35V. Door de xx achter de 78 in te vullen kun je de gewenste uitgangspanning bepalen. Kijk in deze tabel welke je nodig hebt,
|
|
|
|
||
|
|
|
|
|
|
| 5V | 2V |
|
|
|
| 6,3V | 3,3V |
|
|
|
| 8V | 5V |
|
|
|
| 9V | 6V |
|
|
|
| 10,5V | 7,5V |
|
|
|
| 12V | 9V |
|
|
|
| 13V | 10V |
|
|
|
| 15V | 12V |
|
|
|
| 18V | 15V |
|
|
|
| 21V | 18V |
|
|
|
| 27V | 24V |
|
|
|
Alle componenten zijn verkrijgbaar bij de locale elektroboer.

